Bestuurlijk conflict kost veel wethouders de kop!

­

Het aantal gemeentelijke coalities dat voortijdig ontbonden is, was nooit eerder zo hoog als in 2016. Dit blijkt uit een inventarisatie in opdracht van Binnenlands Bestuur. In 28 gemeenten viel de coalitie en dit bestuurlijk conflict kostte 116 wethouders de kop. Dat is veel en het kost veel geld en leed!

De veranderende rol van de wethouder en de kwetsbaarheid van de functie worden steeds duidelijker. Kwetsbaarheid van buitenaf, hoge verwachtingen over de “macht” van de wethouder, een toename van bedreigingen door ontevreden burgers. Maar ook van binnenuit liggen de valkuilen voor het oprapen door grillige omgangsvormen in de politieke arena en soms ook in het College!

Professionele, maar kwetsbare wethouders

Om goed te kunnen functioneren in het speelveld van de lokale democratie moet je van vele markten thuis zijn. Om een aantal competenties te noemen: strategisch inzicht, verbindingskracht, overtuigingskracht, integriteit, financieel inzicht, collegialiteit, communicatieve vaardigheden, samenwerken, resultaatgerichtheid en stressbestendigheid. Steeds professioneler dus!

De functie van wethouder, meer en meer het vak van wethouder, is zeer interessant. Dat weet ik uit 8 jaar eigen ervaring als wethouder in Maastricht maar ook uit de vele gesprekken die ik heb gevoerd met (ex)- wethouders,  als bestuurderscoach. Kwetsbaar ook, juist door de spotlights waar je in staat en de politieke en menselijke betekenis van je handelen.

Collegiaal besturen is belangrijk!

Als wethouder ben je lid van het college van B&W. Daar ligt je primaire rol, verantwoordelijkheid en betekenis, de gemeentewet is daar duidelijk over. De wethouder heeft geen eigenstandige positie, alleen als lid van het college van B&W kan de kracht van de functie worden uitgeoefend.

Het college van B&W bestuurt op basis van collegiaal bestuur, het neemt gezamenlijk een besluit en allen zijn akkoord (tenzij expliciet “aantekening” wordt gemaakt). Dus alle besluiten waarvoor een wethouder in de raad verantwoording aflegt zijn collegebesluiten. Hij of zij verwoordt individueel een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Naast het belang van een niet al te groot college en een college dat visie en ambitie heeft, is daadwerkelijk collegiaal besturen een majeure steunpilaar!

Grote belangen en gevolgen

Collegiaal bestuur vergt openheid en transparantie, juist op de kwetsbare dossiers met politieke risico’s. Dat is een werkhouding waarmee alle leden van het college, wethouders èn burgemeester doordesemd moeten zijn. Het bewaken van dit collegiale bestuur is een heel belangrijke taak van de burgemeester. Aandacht voor de gemeenschappelijkheid van de besluitvorming en aandacht voor de positie van de wethouder in relatie tot zijn of haar politieke “huis”.  Iedere eigen koers van een wethouder zonder medeneming, debat en instemming van collega’s in het college, herbergt het risico van crisis in zich. Met de bekende gevolgen: bestuurscrisis, opstappen en niet te vergeten: flinke financiële en persoonlijke gevolgen!

Investeer in relaties

Mijn pleidooi is een pleidooi voor het bewust-zijn van en werken met een zgn. “relationele imperatief”. Investeren in collegiaal bestuur, investeren in collegiale relaties is pure noodzaak, conflictmanagement pur sang en bevordert de stabiliteit van het openbaar bestuur. Het kan bovendien veel persoonlijk leed voorkomen!

Veronica Dirksen is sinds maart 2014 partner en bestuurderscoach bij LoopbaanNaPolitiek. Daarnaast heeft Veronica sinds 2012 een eigen advies- en bemiddelingsbureau, Veronica Dirksen ABC. Veronica is 8 jaar wethouder in Maastricht geweest.

Vervolgloopbaan Wethouders onderschat probleem

Mijn collega bij het project LoopbaanNaPolitiek Rendert Algra heeft onderstaand stuk geschreven n.a.v. arbeidsmarktpositie van ex-wethouders.:

’Wethouders moeten veel beter voorgelicht worden over hun reële kansen op de arbeidsmarkt na hun politieke loopbaan!’.

De afgelopen jaren is er veel gesproken over de ’riante’ wachtgeldregelingen van politici. Het gevolg is dat de regelingen behoorlijk versoberd zijn. De maximale duur van een wachtgeldregeling is gelijkgesteld aan de maximum termijnen voor de WW. Ook is in 2010 de sollicitatieplicht ingevoerd. Het imago van politici is er niet echt door verbeterd. Nog steeds worden volksvertegenwoordigers en politiek bestuurders uitgemaakt voor zakkenvullers. De praktijk is weerbarstiger. Uit de jaarlijkse rapportage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat het aantal politici dat langdurig gebruik moet blijven maken van de wachtgeldregeling toeneemt. De sollicitatieplicht heeft daar weinig verandering in gebracht. ’Politieke partijen en overheden zullen meer moeten investeren in de terugkeer van hun vertegenwoordigers en bestuurders naar de reguliere arbeidsmarkt’ stelt Rendert Algra. Algra die zelf in 2010 vertrok als Tweede Kamerlid kon destijds meteen aan de slag als voorzitter van vakbond de Unie. ’Ik was een uitzondering!’ stelt Algra. Zijn meeste collega’s hadden aanzienlijk langer werk om weer aan de slag te komen. Algra is van mening dat de belangrijkste oorzaak daarvoor een slechte voorbereiding is. Tweede Kamerleden en Wethouders zijn bezig met de politieke waan van de dag. Ze hebben een drukbezette agenda en daardoor geen tijd om vooruit te kijken naar hun loopbaan na politiek!

Als het moment daar is, kent de regeling een wachttijd van drie maanden. ’Neem het er maar even van!’ krijgen vertrekkende Wethouders te horen van ambtenaren en hun opvolgers. ’Fout!’ Als een vertrekkende Wethouder zijn kans op een mooie voortzetting van zijn loopbaan wil vergroten is het zaak om géén tijd te verliezen. Elke week tijdsverlies verkleint de kansen. Nederland heeft vier jaar crisis achter de rug. Voor aantrekkelijke functies die beschikbaar komen, staan mensen in de rij. Werknemers die voldoen aan alle criteria. Voor iemand die acht jaar Wethouder is geweest geldt dat niet. Weinig Wethouders investeren in hun eigen employability. Na acht jaar het oorspronkelijke vak ontgroeid te zijn en met een netwerk dat, direct na het Wethouderschap, dagelijks kleiner wordt is het moeilijk om er weer tussen te komen. Een goede externe begeleiding is dan een belangrijke aanvulling op de eigen inspanningen. Het is dan ook verbazingwekkend dat veel Wethouders wachten met het gebruik maken van hun recht op externe ondersteuning. Ze verspelen daarmee in de praktijk zelfs vaak hun recht van vrije keuze. Door niet zelf initiatief te nemen en daarmee maatwerk begeleiding af te dwingen, krijgen ze uiteindelijk te maken met een weinig inspirerend, standaard en verplicht reïntegratie-plan.

Anticiperen op de loopbaan na politiek is belangrijk. Ook in een drukke baan als Wethouder blijven werken aan employabilty. Werken aan een netwerk dat niet enkel verbonden is met de politieke functie. Wijsheden die helaas te laat komen voor veel Wethouders die straks met pijn in het hart afscheid nemen van een mooie politiek loopbaan. Het is nog niet te laat om de drie maanden van vrije keuze verstandig te benutten. Door zelf initiatief te nemen en gericht te kiezen voor maatwerk begeleiding. Niet uitgebreid tot rust komen, maar aanpakken, doorschakelen. Gáán voor een mooie loopbaan na politiek!

Imago wethouderschap

Als oud-wethouder van Maastricht (8 jaar) en inmiddels jarenlange ervaring als coach voor ex-politieke ambtsdragers weet ik uit eigen ervaring dat het niet vanzelfsprekend is dat na het wethouderschap de uitdagende banen voor het oprapen liggen. Ex-bestuurders hebben een bijzonder imago: positief en negatief. Positief omdat het uithoudingsvermogen en de betrokkenheid groot zijn, negatief omdat “het politieke” vak vaak een vastberadenheid en overtuigingskracht met zich meebrengt die door sommigen als verbeten en eigenwijs wordt gezien! En de idee dat met de ex-bestuurder ook het politieke, de politiek, de organisatie binnenkomt. Daar is men huiverig voor. Bij mijn oud-werkgever Posg heb ik jarenlang ex-bestuurders gecoacht en is er ook onderzoek gedaan naar relevante competenties van ex-bestuurders en naar het imago van dezelfde groep in de markt. Na het wethouderschap is er veel mogelijk maar een “afkick-periode” is vaak gewenst. Van middenin de spotlights staan naar een bestaan in een wat schaduwrijkere omgeving valt voor de meesten niet mee. Van voor alles gevraagd worden naar zelf moeten vragen en informeren evenmin. Het netwerk van de wethouder is niet hetzelfde als het netwerk van de ex-wethouder. De rollen zijn vaak omgedraaid. De ex-bestuurder moet weer gewoon mens worden en ik mag dat zeggen omdat ik het aan den lijve heb ondervonden! Het is niet voor iedereen weggelegd direct door te stromen naar een directeur/bestuurdersfunctie! Goed zicht op de eigen, specifieke vaardigheden en mogelijkheden is onontbeerlijk voor een nieuwe stap in de loopbaan. Werkgevers staan best open voor ex-bestuurders en ervaren aan deze vaak een toegewijde en betrokken medewerker. Van belang is om tijdens het wethouderschap de contacten met de oude netwerken te blijven onderhouden en altijd bewust te blijven dat een wethouderschap tijdelijk is. Door de hectiek en de uitdagendheid van de functie wordt dat nog al eens vergeten….En ook dat de relevantie voor de arbeidsmarkt niet vanzelfsprekend toeneemt door de vele voorzitterschappen en lidmaatschappen van besturen en organen die men tijdens de bestuursperiode bekleedt. Vertaling van de opgedane ervaring als wethouder naar vaardigheden die in vacatures of binnen netwerken worden gevraagd is noodzakelijk! Er zijn in het verleden pogingen gewaagd (HS Tilburg, OU Heerlen) om deze competenties in een EVC (Erkenning van Eerder Verworven Competenties) traject te waarderen en verzilveren. Portfolio ontwikkeling en verzamelen van “bewijsmateriaal” is hiervoor onontbeerlijk en voor het imago van de ex-bestuurder heel positief!
Bewerken

Rauw(e)kost!

Er is de laatste weken veel te doen geweest rondom de jongen die, samen met zijn moeder, alleen maar rauwe groente eet. Dat op zichzelf heeft niet veel nieuwswaarde. Voor de moeder echter is deze manier van eten en leven een missie die er toe leidt dat ze de jongen van school houdt en thuis les geeft.  Op school wordt hij gepest met zijn eetgedrag. Op NCRV document zijn twee uitzendingen aan moeder en zoon gewijd met als gevolg dat bureau Jeugdzorg er zich mee is gaan bemoeien. Bij de rechter is een verzoek tot ondertoezichtstelling en later uithuisplaatsing ingediend. De vermeende ondervoeding maar belangrijker nog het weghouden van school waren de redenen. Met succes want de jongen is, om aan de uitvoering van het vonnis te ontkomen, ondergedoken geweest. Tijdens het kijken naar de laatste documentaire bekroop mij sterk het gevoel dat er in de communicatie tussen moeder, zoon en instanties het nodige mis ging, ècht gepraat werd er niet en naar oplossingen, anders dan een ondertoezichtstelling/uithuisplaatsing werd niet gezocht. Inmiddels heeft de kinderombudsman zich er mee bemoeit. Hij heeft mensen bij elkaar gebracht, is gaan praten en er is een oplossing uitgekomen die voor alle betrokkenen aanvaardbaar is. De jongen gaat naar het Geert Grote College en de Wereldschool, het kinderrechtenverdrag bleek behulpzaam! Moeder gelukkig, jongen blij en bureau Jeugdzorg tevreden. Wat wil je nog meer?

Mensen bij elkaar brengen, ècht praten en dus ook ècht luisteren, belangen erkennen en naar oplossingen zoeken die aan de verschillende belangen recht doen is de beste manier om aan escalatie en juridische strijd een einde te maken. Dat blijkt!